Exclusiecriteria
Wanneer kan iemand niet bij ’t Vissershûs wonen?
Dat is het geval als een (of meerdere) van de volgende situaties van toepassing is
- Wanneer er sprake is van een psychogeriatrische aandoening waarvoor specifieke deskundigheid nodig is, zoals: Korsakov, Frontotemporale dementie, Lewy-body dementie.
- Agressie of ongeremd gedrag dat voor onveilige situaties zorgt voor medebewoners en/of medewerkers, al dan niet veroorzaakt door psychiatrische problematiek.
- Dwaalgedrag dat tot onveilige situaties voor de bewoner kan leiden binnen de (niet gesloten) setting en bestaande bouw van ‘t Vissershûs.
- Wanneer nachtzorg niet meer structureel door 1 medewerker veilig geboden kan worden, is verhuizen naar een grotere setting nodig waar snachts meerdere verzorgenden aanwezig zijn.
- Zorgvraag die vraagt om specialistisch handelen, dat niet binnen het basisaanbod van ’t Vissershûs valt.
Als een potentiële of bestaande bewoner specialistisch handelen nodig heeft, of een meer gesloten en overzichtelijke (gelijkvloerse) woon omgeving kan ’t Vissershûs deze zorg niet bieden, wij wijzen potentiële of bestaande bewoner door naar een instelling met specialistisch team. - ZZP 7,8 en hoger, mensen met deze indicatie hebben vaak meer gespecialiseerde zorg nodig die vallen onder de eindverantwoordelijkheid van een specialist. Wij bieden zorg voor mensen met een WLZ thuis indicatie 5 en 6. Wij kijken op het moment dat er een appartement vrij komt naar de samenstelling van de groep om te zien of de nieuwe bewoner op dit moment passend is binnen de groepssamenstelling.
Soms kan door achteruitgang blijken dat een bewoner niet meer past op een locatie als ’t Vissershûs. Bv doordat hij de vrijheid van het wonen op een open locatie niet meer aankan of gewoon toe is aan een rustigere meer overzichtelijke woonomgeving. Een meer prikkelarme woonomgeving of regelmatig 1 op 1 begeleiding nodig heeft. Dit kunnen wij door de bestaande bouw en het aantal cliënten niet bieden. Onze gezamenlijke woonkamer wordt door 16 bewoners en zorgmedewerkers in gebruik genomen, er komt visite langs er wordt gekookt, de afwas wordt gedaan dus het is een komen en gaan van prikkels. Wat voorheen als gezellig en stimulerend ervaren kan worden kan later voor probleem gedrag zorgen. Je moet je dan afvragen of het wonen in t Vissershûs dan nog de beste optie is.
We gaan dan met elkaar in gesprek en in overleg met een huisarts kijken wat dan een passende woonomgeving is. Soms kan met medicatie iets bereikt worden maar als het duidelijk is dat het aan de omgevingsprikkels ligt is medicatie mogelijk geen oplossing en moet er zorgvuldig gekeken worden naar een geschikte woonplek, die beter voldoet aan de zorgvraag van de bewoner. Alles in het belang van zowel de individuele bewoner als het groepsbelang.